Waarom dit (of deze) blog

Op 24 november 2000 kreeg mijn man, Watse een hersenbloeding.
Wat dat betekende voor hem en voor ons, zijn vrouw en kinderen, de rest van de familie en de vele vrienden die we hadden en hebben, bleek pas in de loop van de tijd.

Het bijhouden van een blog kwam destijds niet in mijn hoofd op. Ik denk trouwens dat het begrip noch het woord toen al bestonden.
Een dagboek dat ook anderen zomaar zouden kunnen lezen was wel het laatste waar ik aan dacht.
Wat ik in die tijd heb opgeschreven – want de behoefte daaraan was er wel -vind ik nu verspreid tussen andere bestanden terug. Soms zijn die flarden een bevestiging van wat ik mij nog herinner, soms weet ik er niks meer van en dan weer herinner ik het mij net wat anders.

Waarom ik dan toch aan het bloggen ben geslagen?

Allereerst omdat ik het leuk vond iets nieuws te leren.
Verder omdat het me een makkelijk middel lijkt om meer mensen tegelijk op de hoogte te houden van ons wel en wee zonder dat ik hen opscheep met steeds nieuwe mails.
En tenslotte ook nog om onze ervaringen met mensen die in eenzelfde situatie verkeren, te delen.
Zelf merk ik dat ik vooral geïnteresseerd ben in de ervaringen van lotgenoten.
Op wat voor problemen stuiten ze en hoe proberen ze die op te lossen.
Een mooi voorbeeld daarvan vind ik de column van Wieke in de Praatkrant.

Voor buitenstaanders – ook al staan die je nog zo na, zoals kinderen of goede vrienden – lijkt het alsof er concrete problemen zijn die je moet oplossen. Zoals het maken van afspraken met allerlei hulpverleners, het coördineren van bezoek met bijvoorbeeld de thuiszorg die het been van Watse komt inzwachtelen…,  bedenken dat er morgen dit en overmorgen dat en daar tussenin ook nog van alles gebeurt. En zelfs als je midden in de nacht je man met de stalift uit bed moet helpen omdat hij in zijn broek gepoept heeft.. .
Dat alles is eigenlijk nog niks vergeleken bij dat constante proberen te begrijpen wat ie wil, wat ie bedoelt. Want afasie is bijna hey ergste wat je kan overkomen. Maar ook dat is natuurlijk niet waar.

Alleen voor mij is dat het grootste probleem. Eindeloos proberen te “raden”wat hij bedoelt. Soms ben ik er zo achter. Soms zit ik er er steeds net naast.

Maar voor anderen zijn er weer heel andere problemen. Zo belde mij eergisteren een “lotgenote”. Haar partner heeft t.g.v. zijn NAH epilepsie. En daarnaast heeft hij, zoals heel veel mensen met NAH last van stemmingswisselingen. Wie is trouwens, zo bedenk ik mij dan,  degene die last heeft van die stemmingswisselingen? Dat is misschien niet degene wiens stemming wisselt maar veeleer de partner die dat te verduren krijgt. Maar wie weet hoe het voor de “hoofdpersoon”is?

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized met de tags , . Bookmark de permalink.